De Nationale Zorgverzekering

De laatste tijd zijn de zorgverzekeringen weer onderwerp van gesprek in de fysiotherapiepraktijk waar ik regelmatig kom. Wat me opvalt, is dat er kennelijk veel verschillen zijn in de voorwaarden en vergoedingen per verzekering. Bij de een worden zoveel sessies vergoed, en bij de andere meer of minder, terwijl het wel soortgelijke verzekeringen zijn.
Dat zorgt voor een hoop onnodige administratieve druk. Veel dienstverleners moeten weer contracten afsluiten met allerlei uitvoerders. Dat moet eerst uitgezocht en dan geadministreerd.

Als leek vraag ik mij af of we niet gewoon toemoeten naar een nationale zorgverzekering. 61 zorgverzekeraars voor een land als nederland lijkt me erg veel. En iedere verzekeraar heeft weer een (goedbetaalde) managementlaag. Dat geld kan volgens mij beter worden besteed.

Iedere verzekeraar heeft weer zijn eigen werkwijze, huisstijl, declaratiemodel – allemaal dingen die niet bijdragen aan een betere zorg.

Ik zou zeggen: op de barricaden! (Gaat wat lastig met een scootmobiel, maar we verzinnen wel wat anders). Snijd al die onnodige lagen eruit en besteed het aan handen aan het bed en mensen in het huis. Daar is de echte zorg nodig. Met een snufje menselijkheid om het draaglijk te maken.

En mochten er nog mensen over zijn dan kunnen zij zich verdienstelijk maken door zich te buigen over de recycling van  hulpmiddelen en de verbetering van de informatie-afstemming tussen de partijen in de zorg.

Er is genoeg te doen. Ik zou zeggen: Kom op, nou!

Advertenties

Nieuwe bezems…

bezem

..vegen schoon. Daar moest ik aan denken toen ik recentelijk een bezoek bracht aan de polikliniek revalidatie in het ziekenhuis. Ik was er een tijd geleden geweest voor mijn Botox injectie, en daarna een keer voor mijn spalk. Het bleek tijdens deze bezoeken dat er een tekort aan personeel was.

Vandaag werd ik ontvangen door het hoofd van de afdeling, vergezeld van een arts in opleiding. Het hoofd was er net, en het (merendeel?) van de staf was vervangen. Kortdaat stelde de arts voor om even mijn gehele geschiedenis door te nemen. “Het is namelijk makkelijk om alleen naar de EVO te kijken, terwijl er misschien andere achterliggende oorzaken zijn voor klachten.” Zelf had ik aan de agenda mijn zenuwpijn toegevoegd, en het was erg prettig dat we door mijn hele geschiedenis en een lichamelijk onderzoek heenkonden.

Daar waar bij voorgaande verzoeken de indruk werd gewekt dat het erg (te?) druk was, met invallers die uit hun pensioen waren ingehuurd om het tekort een beetje aan te vullen, kreeg ik nu de indruk dat ik als patient de volledige aandacht had. De dokter was verbaasd dat ik niet vaker was langsgekomen. Ik vertelde dat ik eens per 4 maanden ongeveer met mijn huisarts praatte over de stand van zaken en dat de fysiotherapeute gespecialiseerd was in neurologische patienten. “Maar dat is de taak van de revalidatie-arts” zei de dokter. Ik was een beetje overdonderd, maar bedacht me thuis dat ik had moeten zeggen dat een bezoek aan de polikliniek eerder ontmoedigd werd dan aangemoedigd. En aangezien mijn huisarts uitstekend samenwerkte met mijn fysiotherapeut, had ik daar de aandacht voor mijn klachten die ik nodig had.

“In mijn vorige baan had ik een heel team ter beschikking op een bepaalde dag, waarmee we bepaalde patienten konden zien en zo meteen tot de beste oplossing konden komen. Dat is hier (nog) niet zo, maar we gaan proberen u zo spoedig mogelijk te zien op het technisch spreekuur.” Het bleek dat ik niet alleen een spalk nodig had, maar ook schoenen die mijn hiel een beetje zouden opheffen, waardoor het lopen iets makkelijker zou gaan. Ik hield een beetje mijn hart vast. In patientenkringen stonden de schoenmakers van het betreffende ziekenhuis niet al te goed bekend. “De schoenmakers heb ik eruit gegooid” zei de dokter. “Ik heb mijn eigen schoenmakers meegenomen en die zijn heel goed”. Ik ben benieuwd.

Het is goed om te zien dat er nu ruimte is voor een patientgerichte benadering. Ik hoop dat deze ontwikkelingen verder gaan, en zal er verder over berichten.

Het NIH syndroom.

rolstoel met wiel

Het NIH syndroom komt uit het Engels en staat voor het “Not Invented Here” Syndroom. Ik kom het regelmatig tegen in de gezondheidszorg. Het betekent dat mensen liever zelf opnieuw het wiel uitvinden dan een reeds uitgevonden wiel gaan gebruiken.

Laatst was ik bij een presentatie van een programma om patiënten te stimuleren zelf te oefenen. We konden twee verschillende varianten bekijken. Dat kwam, omdat twee revalidatiecentra ieder hun eigen programma hadden ontwikkeld of aangekocht. De oplossing was nu, om te kijken welke  het beste beviel en dat programma zou het dan overleven.

Dit soort constructies kom ik met enige regelmaat tegen. Iedereen kiest of ontwikkelt zijn eigen dingetje. En omdat de budgetten beperkt zijn, ziet het er  vaak matigjes uit.

Als leek met NAH kan ik natuurlijk volledig ongenuanceerd naar dit soort dingen kijken. Ik ken de achterhoede gevechten niet die woeden om de budgetten. Ik weet niet hoe iemand zich uiteen gereten voelt omdat hij of zij een dagdeeltje hier heeft voor project x, en een dagdeeltje daar voor  project y, en ook nog geacht wordt met mijlpalen en doelstellingen te komen. Het gevolg: een onvoldoende vooronderzoek en verkenning van de (gehele) markt. In dit geval deed het programma mij enorm denken aan een vrij oud spel van de Wii, dat ‘boodschappen doen’ of iets dergelijks heette. Ook een programma (alleen voor gezonde mensen) om beweging te stimuleren. Geen Kinect maar een Wii balk om de bewegingen te meten. Een sensor om been of arm om te kijken of de bewegingen wel goed gingen. Er zat nog een wedstrijdelement in, je kon met jezelf of iemand anders de strijd aan  en je werd bemoedigend toegesproken door de computer als je wilde.

Dat programma heb ik vijf jaar geleden gebruikt om mijn eigen beweging te stimuleren. Het zal zeker niet de oplossing zijn voor iedereen. Alleen, als leek denk ik dan dat dit programma al het grootste deel oplost. Een samenwerking met apple, dan wel een ontwerp gebaseerd op de basisstructuur van dit spel, scheelt een hoop ontwikkeltijd. Het lijkt erop dat niemand dat heeft meegenomen bij de spellen die ik te zien kreeg.

Het lijkt erop dat er weinig mensen uit de andere sectoren worden betrokken bij dit soort dingen. Er zijn nu veel studies die zich richten op mediadesign, user interface, en andere soorten computerwetenschappen. De mensen die ik daarvan spreek zijn bijna allemaal zeer associatief en creatief, en daarmee ook innovatief in hun ontwerp.

Daarnaast hoorde ik iets over het opzetten van een patiëntenvraagbaaknetwerk. Een raar woord, maar het idee was dat patiënten en professionals in een groep zouden zitten waarvan de leden elkaar zouden kunnen ondersteunen bij vragen en problemen.

Ik dacht meteen aan een soort Quora of Peerby, waar mensen hun vraag in de groep zouden gooien en -afhankelijk van deskundigheid en tijd- zouden anderen die vraag dan beantwoorden.

Dat was niet helemaal wat men in gedachten had: ik kreeg een intakeformulier te zien waarin men zijn of haar medische doopceel geacht werd in te vullen zodat anderen konden bekijken of jij de juiste persoon was om een vraag te stellen. Het zou zomaar kunnen dat een dokter dit had bedacht (anamnese). Maar in de sociale media gaat het tegenwoordig veel losser en sneller. En ik had nog wat privacy issues met zo’n uitgebreide doopceel van mij op het internet.

Kortom: schoenmaker, blijf bij je leest (danwel arts blijf bij je dokterstas) en laat het specificeren van de vraag en het bedenken van oplossingen over aan de nieuwe professionals.

 

 

Marktwerking en netwerking

loesje-marktwerking-480x679

En zo ontmoette ik de afgelopen weken mensen in de gezondheidszorg die spraken over netwerken. Netwerken op mijn gebied, bijvoorbeeld: CVA netwerken.

Voor zover die netwerken al bestaan, konden de onderzoekers niet vaststellen of ze alle netwerken te pakken hadden. De CVA netwerken zouden dienen om kennis te verspreiden onder de eerstelijnszorg, en zouden voor patienten een handvat zijn om een geschoolde therapeut te vinden na hun revalidatie. Aan die verwijzing schort nog steeds het een en ander. Als je niet zelf op onderzoek uit kunt gaan, mag je hopen dat er iemand is die een therapeut vindt die ervaring heeft met de behandeling van jouw ziekte.

Tot zover niets nieuws. En, zoals ik vroeger van mijn professor Jaap Boonstra leerde, is een netwerkorganisatie iets om na te streven.

Nu is er iets nieuws in de netwerken geslopen. Want naast behandelaars zijn de meeste zorgverleners ook nog eens zelfstandig ondernemers. Ze hebben dus baat bij zoveel mogelijk patienten. Daarnaast zijn revalidatiecentra ook een soort van zelfstandig ondernemers. Ze halen hun bestaansrecht immers uit het behandelen van zoveel mogelijk patienten. Zolang iedereen genoeg patienten heeft en van de verzekering mag behandelen, is er niets aan de hand. Maar zodra verzekeraars de kraan gaan dichtdraaien, wordt iedere behandeling van een patient er een. Dat leidt tot verborgen verlenging van behandelingen in revalidatiecentra, en geen of late doorverwijzing naar de eerste lijn.

Ik merk dat mijn innerlijke communist weer de kop opsteekt. Laten we alles centraliseren en standaard behandelingen maken, met een zekere keuzevrijheid om aan de lokale omstandigheden te voldoen. Zo kunnen de zorgverleners datgene doen waar ze het beste in zijn: zorg verlenen. Want door alle regeldruk begint het daaraan te schorten.

Kontakt der Kontinenten

lift

Deze lift is het kleine liftje. Het hotel heeft – begrijpelijk – geen foto’s van de levensgevaarlijke lift aan de andere kant.

En zo kom ik sinds ongeveer twee jaar met enige regelmaat in het illustere congreshotel “Kontakt der Kontinenten”. De spelling van de naam verraadt een zekere jaren ‘7o invloed, maar ik moet zeggen dat het een sfeervol hotel is, gemaakt van een omgebouwd klooster in de bossen van Soesterberg.

Het hotel prijst zich dat ze erg milieuvriendelijk en verantwoord te werk gaan, en ook, dat ze “rolstoelvriendelijk” zijn. Over dat laatste verschillen het hotel en ik van mening. Er zijn veel schattige trappetjes en opstapjes die met trapliftjes (vermoedelijk ook uit de jaren 70) worden overbrugd. Het kleinste trapliftje is te klein voor mijn kleine scootmobiel. Het past net, dat wil zeggen dat de hekjes niet dicht gaan. Een lift anno 2017 zou dan niet moeten werken. Dit liftje uit de vorige eeuw doet dat wel en overbrugt vijf treden.

De andere traplift overbrugt een hele trap (20+ treden) en is zo te zien ook uit de jaren 70. De laadklep is lam, dat wil zeggen dat die te allen tijde horizontaal blijft hangen. Praktisch gezegd: je rijdt zo het trapgat in. Ook is er geen hekje om te voorkomen dat je per ongeluk uit je rolstoel of scootmobiel kunt vallen tijdens de reis. De eerste keer dat ik hiervan gebruik maakte liepen er twee hotelmedewerkers achter mij aan “voor de veiligheid”. Als mijn scootmobiel van de rem was geschoten, waren ze plat geweest. De keren daarna heeft denk ik de arbeidsinspectie ingegrepen, want niemand liep mee of keek of en hoe ik van de lift gebruik maakte. Bij een veilige lift hoeft dat ook niet. Bij deze lift lijkt het me een noodzaak, want diegene kan dan de ambulance bellen als ik ervanaf schiet.

Natuurlijk heb ik dit al herhaaldelijk onder de aandacht gebracht bij de receptie. De receptie is behangen met certificaten en keurmerken van hoe milieuvriendelijk en gastvrij dit hotel is. Dat is natuurlijk allemaal heel erg leuk, maar veiligheid van de gasten staat wat mij betreft nog net een tandje hoger op de ladder qua prioriteit.

Er zou een Verbouwing komen, Die Al Deze Problemen Zou Oplossen. Twee jaar verder: geen verbouwing. Maar dat doet er in feite niet toe. Ik kan al twee jaar niet veilig die trap op en af.

Mijn voorstel: alle vergaderingen met gehandicapten vinden plaats op de begane grond. Zonder meerkosten voor de betreffende organisatie. Of het hotel noemt zich niet meer “rolstoelvriendelijk”. Waardoor al die patientenorganisaties moeten uitwijken naar een andere lokatie.

Kortom: Aktie gewenst van Kontakt der Kontinenten. Kom op, nou!

 

 

“Dat is hier niet de gewoonte”- over onnodige verspilling in ziekenhuizen.

dokter-computer

Zo ken ik iemand die voor een aantal klachten naar de specialist in het ziekenhuis moest. Het nieuws was niet zo leuk – er was niet zoveel aan te doen – maar er moest een aantal vervolgafspraken gemaakt worden met aanpalende behandelaars en specialisten.

De dokter had het net in de computer gezet. Toen hem om een uitdraai van de gegevens die op het scherm stonden werd gevraagd door de patient in kwestie, zei de dokter “Dat is hier niet de gewoonte”. Nadat de patient zijn verbazing had geuit over het niet krijgen van een uitdraai werd uitgelegd dat die niet bij de dokter, maar bij de huisarts van de patient kon worden verkregen. De arts stuurde het dus (per fax? email? uitgeprinte brief? postduif?kleitablet?) naar de huisarts, waar de patient eerst een afspraak mee moest maken om de uitdraai te krijgen van de gegevens die zo op het scherm stonden en waar ze het net over hadden gehad. De patient moest vier vervolgafspraken maken en dat wilde hij graag even op papier, omdat het zo lastig is om alles te onthouden. Om de patient tegemoet te komen, dicteerde de dokter langzaam aan de patient wat op het computerscherm stond. Terwijl deze nota bene klachten had aan zijn handen, die het schrijven moeilijk  en pijnlijk maakten.

En dit vindt plaats in een Academisch ziekenhuis in Leiden, anno 2016! Minister Schippers, bestuur van het LUMC, patientenverenigingen, verzekeraars: word wakker! We hadden zo minstens 15 minuten kunnen besparen als de patient niet pijnlijk de gegevens zelf had moeten opschrijven! Ervanuitgaand dat er veel patienten zijn die hun gegevens willen meenemen, zal dat op een flink aantal uren uitdraaien. Conservatief geschat ziet zo’n arts op het ziekenhuisspreekuur 6 mensen per dag (hopelijk meer) hetgeen leidt tot 6 * 15 = minstens anderhalf uur tijdwinst per dag. Per week komt dat dan uit op 7,5 uur: nagenoeg een werkdag per week. Tel uit je winst!

Aan de andere kant wordt de huisarts niet meer lastiggevallen met dit soort onzinbezigheden. Die heeft het al druk genoeg met andere dingen.

Het doet me echt verdriet dat het gezonde verstand met name in de procecdures niet meer aanwezig is. Je hoeft echt geen Einstein te zijn om dit te verbeteren. Voor de liefhebbers verwijs ik nog eens naar het boek “Why hospitals should fly”  van John J. Nance. Verplichte kost voor de minister, het bestuur van ziekenhuizen, artsen, secretaresses, planners, kortom iedereen die met een patient te maken heeft in de gezondheidszorg.

Ik roep in de woestijn. Luistert er  iemand?

 

Hoe lang het was en hoe ver: de quest voor mijn EVO (deel 1)

evo

Op een dag merkte ik bij het inspecteren van mijn EVO (Enkel-voet orthese) dat er een scheurtje in de voetplaat zat. Dat moest gerepareerd worden, omdat ik niet wilde dat het verder zou scheuren. Ik belde degene die mijn EVO gemaakt had. Het bleek dat ik in september een nieuwe EVO kon bestellen (iedere twee jaar mag dat) en dit was net voor die periode, in mei. “U zult een reparatie dan ook zelf moeten betalen” werd er dreigend gezegd.

Op dat soort momenten ben ik echt met stomheid geslagen. Ik heb niks geks met mijn EVO gedaan – alleen maar ermee gelopen, en dat is tenslotte waar het ding voor bedoeld is. Een voetplaat hoort niet te scheuren. Het is van glasvezel gemaakt, en hoort onverwoestbaar te zijn. Maar dat bedacht ik me natuurlijk allemaal pas nadat mijn man de telefoon had neergelegd. Daarna besprak ik het met mijn mede-revalidanten tijdens het zwemmen. Toen bleek dat het merendeel was overgestapt naar een ander bedrijf, dan het bedrijf dat samenwerkt met het revalidatiecentrum. Terugdenkend aan mijn beide EVO’s was er nogal wat fout gegaan bij de constructie ervan. Er zat een enorme kracht in mijn been, die er voor zorgde dat ik “door de schroeven heen” klapte. Tot drie keer toe moest ik terug om de schroeven te laten vervangen, totdat uiteindelijk de juiste schroef gevonden was. Achteraf bedacht ik me, dat de technicus ook meteen de juiste schroeven erin had kunnen doen, omdat de kracht van mijn been allang bekend was. Ik vroeg een beetje rond en meldde mij bij een ander bedrijf, dat mij werd aanbevolen van verschillende kanten.

De meneer maakte een filmpje en wat foto’s en keek naar de scheur in de voetplaat. “Pas als ik  hem kan openzagen, kan ik echt zien wat er aan de hand is, maar ik vermoed dat men vergeten is een laagje in te voegen.” Dat zou bijna weer reden zijn om de eerste maker aan te klagen. Maar dat kost allemaal kostbare energie, en daar had ik geen zin in. De meneer zei dat hij meteen de aanvraag zou doen bij mijn verzekering, zodat er hopelijk snel aan de EVO begonnen kon worden. Ik hoorde drie weken niks. Daarna bleek dat er een bezoek moest worden gebracht aan een arts die moest bevestigen dat een EVO nog steeds nodig was. Ik werd er wanhopig van. Voordat ik weer gezien kon worden waren we zeker weer vier weken verder. Gelukkig vond ik een arts die zo lief was om mij er tussen te frutten en net voor haar en mijn vakantie had ik een brief waarin stond wat we allemaal al lang wisten: ik had nog steeds een EVO nodig.

De brief ging naar de verzekeraar, en zie, nu had ik toestemming voor een nieuwe EVO. Inmiddels was iedereen op vakantie. Bij het maken van de nieuwe afspraak voor het aanmeten ervan, bleek dat dat begin september werd – de oorspronkelijke vervangdatum voor de EVO!

Wat mij stoort is dat er niet meteen is aangeboden om de EVO  te repareren. Ik vraag geen luxe, ik vraag wat ik nodig heb. Zelf heb ik met Duct tape aangerommeld om te proberen de scheur niet verder te vergroten. De oorspronkelijke maker van de EVO komt er gemakkelijk mee weg. Ik vind dat er niet zozeer een productvergoeding voor een EVO moet zijn, maar een ‘dienst’ vergoeding: de patient heeft altijd recht op een goedzittende, betrouwbare EVO.  Desnoods verstrekt men tijdelijk een standaard EVO, die ik vond op internet: standaard EVO Ook in China vond ik een video van een EVO die voor iedereen op maat te maken is: Op maat draaibare EVO

EUR 177, en direct verkrijgbaar. Ik weet niet of het meteen geschikt is voor iedereen, alleen ben ik benieuwd of zoiets  in ieder geval tijdelijk wat verlichting kan bieden.

Bovendien vergeten verzekeraars dat een EVO een lelijk en onhandig ding is. Ik denk niet dat iemand voor de lol een nieuwe EVO aanvraagt. Als iemand dat doet, is het echt nodig.

Wordt vervolgd.